Is een pleegpuber echt anders?

Vanaf circa twaalf jaar begint de puberteit. Pubergedrag van een pleegkind kan anders aanvoelen dan pubergedrag van een eigen kind. Maar is dit wel terecht?

Loyaliteitsconflicten, hechtingsproblematiek en 'het pleegkind zijn', zijn extra ontwikkelingstaken van de pleegpuber. Bij typisch pubergedrag wordt bij pleegpubers vaak snel een link gelegd naar het pleegkind-zijn. ‘Het kind zit knel tussen het pleeggezin en het gezin van herkomst' of ‘het kind is niet goed gehecht’ zijn veel gehoorde uitspraken. Natuurlijk is het moeilijk om als puber in een pleeggezin te wonen, omdat al die verschillende banden en loyaliteiten een identiteitscrisis kunnen veroorzaken. Het is voor pleegouders de kunst om niet elk pubergedrag terug te brengen naar de 'pleegzorgsituatie', maar te zien en te benaderen als ‘normaal’ pubergedrag. Pleegkinderen zitten in een complexer systeem dan 'kerngezin-kinderen' Pleegkinderen zitten in een complexer systeem dan ‘kerngezin-kinderen’. Dit systeem bestaat uit de pleegouders, de ouders, de plaatser, de pleeggezinbegeleider, de broers en zussen, de pleegbroers en -zussen, de familie en de pleegfamilie. Het leven in - en met - deze verschillende werelden in de puberteit kan veel van het kind vragen. Het moet zich tenslotte losmaken en zijn eigen identiteit vormen. Eerder in de puberteit Pleegkinderen kunnen lichamelijk gezien vroeger in de puberteit komen, waardoor het verschil met de sociaal emotionele ontwikkeling nog verder vergroot. Pubers met hechtingsproblematiek zijn eerder geneigd te handelen vanuit directe behoeftebevrediging, waardoor een grotere kans bestaat op zwerven, drugs en zwangerschap. Schaamtegevoelens en zelfrespect zijn minder aanwezig en de omgang met intimiteit en afstand-nabijheid is lastig.

Meer kans op meningsverschil en conflicten In de puberteit wordt de taal van pubers vaak uitdagender en explosiever om uiting te geven aan frustraties en gevoelens. Doordat de puber te maken heeft met meerdere gezags- en opvoedingsfiguren is de kans op een meningsverschil of conflicten groter. Bovendien kan de puber partijen tegen elkaar gaan uitspelen.

De opvoedingstaak bij pubers: loslaten, adviseren, ondersteunen en onderhandelen

Het gedrag van pubers is soms een soort geheimschrift, dat moeilijk te ontcijferen valt voor pleegouders, omdat ze de voorgeschiedenis van het kind niet helemaal kennen. Bij pleegkinderen met hechtingsproblematiek komt in de puberteitsfase het zwart-wit denken extreem tot uiting. Dit kan zich uiten in versterkte rusteloosheid en prikkelbaarheid. Versnipperde verantwoordelijkheden Door de versnippering van verantwoordelijkheden (biologisch, juridisch, opvoedkundig) is er sprake van een onnatuurlijke situatie. Pleegouders hebben geen biologische verwantschap met hun pleegkind en van daaruit geen natuurlijke autoriteit. Daarnaast hebben ze vaak ook geen juridisch gezag. Een pleegouder moet dus de zorg- en opvoedingstaak uitvoeren zonder de toekenning en erkenning van fundamentele verantwoordelijkheden als de biologische en de juridische verantwoordelijkheid. Gezag uitoefenen vraagt dan met name in de puberteit meer creativiteit van de pleegouders.

Zes tips in 'Puberland'

1. Geef positieve aandacht Leer gedrag aan in plaats van af. Bij pubers helpt 'preken' niet. Geef opbouwende kritiek volgens de 3 basisregels: keur het gedrag af en niet de persoon, wijs het gedrag aan dat een kind moet leren, en keur de emotie niet af. Zet in op complimenten en versterk de positieve kanten. Denk aan complimenten over intelligentie, verschijning, talenten op vlak van sport of muziek. 2. Eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid Om verantwoordelijkheid aan te leren, zullen pubers losgelaten moeten worden. Gun ze hun privacy en tolereer dat ze experimenteren. Dit is voor hen de weg naar zelfstandigheid. Zorg ervoor dat de puber zich eigenaar van taken voelt in plaats van alleen uitvoerder. Probeer een puber de (milde) negatieve gevolgen van een voorval te laten ervaren. Maak hun probleem niet jouw probleem. Laat ze fouten maken en zelf weer oplossen. Loslaten betekent niet 'laten vallen', maar juist de kans geven om op eigen benen te staan.

3. Blijf emotioneel beschikbaar Loslaten betekent niet ‘doorknippen’, maar op een andere manier vasthouden. Bij pleegouders kan het gevoel overheersen een hotelfunctie te hebben; wellicht is dit het maximaal haalbare in deze fase. Het in contact blijven met elkaar is een voorwaarde om positief uit de puberteitsperiode te komen. Wees beschikbaar als 'helper' en 'coach'.

4. Luister echt, vermijd 'waarom'-vragen en eindeloze discussies Kies een juiste tijd en plaats (niet voor de televisie, niet met drie andere kinderen erbij) wanneer je iets ter sprake wil brengen. Zorg voor een 'kalm brein' en laat je tijdens het gesprek niet meeslepen. Luister echt, zonder te praten en zonder al aan het antwoord te denken. Geef pas daarna je eigen mening. Laat het kind meedenken over een oplossing. Stel open vragen. Probeer 'waarom'- vragen te vermijden, 'hoe-vragen' bieden meer houvast. Doe niet te snel een beroep op het geweten of het gevoelsniveau. Vermijd eindeloze discussies; neem een besluit. Besteed ook aandacht aan de afronding van een gesprek. Als je als pleegouder geneigd bent vanuit emotie te reageren, bedenk dan enkele standaardzinnen om je niet door vragen te laten overvallen. Zoals: 'Daar ga ik even over nadenken.' Of: 'Ik ga eerst eten maken en dan bespreken we dit na het eten.'

5. Zorg voor haalbare- en realistische regels en afspraken Gezinsregels moeten haalbaar, realistisch en voor iedereen duidelijk zijn. Alle gezinsleden moeten zich aan deze regels houden. Pleegouders blijven hierin een voorbeeldfunctie houden; zij zijn ‘rolmodel’. Probeer de puber te betrekken bij het vaststellen van de regels. Een puber moet weten waarom de regel er is. De gezinsregels kunnen mee veranderen met de leeftijd van de puber. Geef niet te snel toe, zeker niet als een kind manipuleert of dwingt; geef wel aan dat een regel altijd bespreekbaar is. Als dit niet lukt, hak jij als pleegouder de knoop door. Weet en bespreek het verschil tussen regels en afspraken. Blijf stimuleren en controleren.

6. Houd het luchtig en gebruik humor Tot slot misschien wel de belangrijkste tip: houd het luchtig en gebruik humor. Humor werkt relativerend en kan de relatie tussen jou en je puber goed houden of herstellen. Durf samen te lachen om de fase waar jullie je in bevinden met alles wat daarbij hoort. Speel bijvoorbeeld puberbingo met coole prijsjes (zie afbeelding). Zie samen de lol ervan in. Succes gegarandeerd. En over je houding: wees jezelf en authentiek. Het spelen van een rol kost vele malen meer energie. Tieners respecteren iedereen die authentiek en oprecht is. Het kan helpend zijn om wat helpende uitspraken voor jezelf op te schrijven die je kan raadplegen als je er even doorheen zit. Denk aan zinnen als: 'Geef niet op, de kracht zit 'm in de herhaling' of 'De tiener weet zelf ook vaak niet waarom hij zo doet (hormonen).' En vergeet niet: 'Was het eerst een leuk kind.. dan wordt het straks ook weer een leuk mens.'

Speel eens een potje 'Puberbingo'