Nooit meer zo alleen.

Onderzoek door Universiteit van Amsterdam en Stichting Alexander


Hoe is het voor eigen kinderen dat er een pleegkind in het gezin komt? Stichting Alexander en de Universiteit van Amsterdam deden onderzoek naar de aspecten waar eigen kinderen mee te maken krijgen als hun ouders pleegkinderen opvangen.

"Eigen kinderen moeten ook wennen aan de nieuwe situatie"

Veel eigen kinderen geven aan dat de regels na de komst van een pleegkind strenger worden. Ze moeten van hun ouders een voorbeeldfunctie vervullen. Dat vinden ze vaak logisch en soms lastig. De eigen kinderen vinden dat hun ouders de opvoeders zijn, maar vervullen soms toch opvoedende taken, zoals straffen of herinneren aan regels en afspraken. Ook passen ze soms op. In de beginperiode zijn de eigen kinderen ruimhartig, maar later gaan ze grenzen stellen aan hun pleegzus of -broer. De eigen kinderen doen vaak dingen met het pleegkind, bijvoorbeeld buiten spelen, spelletjes doen, wandelen of boodschappen doen. Sommige eigen kinderen houden in het begin bewust afstand, omdat ze eventuele problemen willen afwachten, niet willen hechten voor het geval het pleegkind weer weg moet, of ze gunnen het pleegkind ruimte. Veel eigen kinderen geven aan minder aandacht van hun ouders te krijgen als een pleegkind net in het gezin is. De meesten snappen dit, ook als het soms lastig kan zijn. Zij en hun ouders zoeken vaak bewust naar andere contactmomenten, bijvoorbeeld als het jonge pleegkind naar bed is. De pleegkinderen vinden het fijn om leuke dingen doen met het pleeggezin om elkaar te leren kennen. Ze noemen in dit verband vaker spelen met andere kinderen dan dingen doen met de pleegouders. De eigen kinderen staan ambivalent tegenover de contacten tussen hun pleegbroer of -zus met zijn of haar biologische ouders. Enerzijds zien ze het belang voor het pleegkind en het voordeel voor zichzelf: een weekend of dag met alleen de eigen gezinsleden. Anderzijds vinden zij het raar of angstig dat het pleegkind nog contact heeft met ouders die niet goed voor hem hebben gezorgd of hebben zij last van het veranderd gedrag van hun pleegbroer of -zus na het bezoek. Zelf hebben de meeste eigen kinderen geen of beperkt contact met de biologische ouders van de pleegkinderen.

Positieve emoties Eigen kinderen vinden hun nieuwe pleegzus of -broer lief of zijn trots op hem of haar, ze zijn blij met een speelkameraadje of waarderen de vernieuwing in het gezin. Sommige eigen kinderen nemen eerst een afwachtende houding aan. Negatieve emoties/ moeilijke situaties Ook de eigen kinderen hebben negatieve emoties, maar in veel beperktere mate en die hebben dan voornamelijk betrekking op het nieuwe kind. Een aantal eigen kinderen is in de war doordat de plaatsing heel snel of onverwachts ging en doordat enkele gewoontes in het gezin veranderden. Negatieve emoties worden opgeroepen als het pleegkind moeilijk of wisselend gedrag vertoont. Een pleegkind dat zich te meegaand opstelt, vinden eigen kinderen ook vervelend. De moeilijke omstandigheden van het pleegkind roepen bij de eigen kinderen soms heftige emoties op: van medeleven met het kind tot verontwaardiging om wat het is aangedaan. Sommige eigen kinderen maken zich ook zorgen dat de plaatsing hun ouders te veel zal belasten.

"De moeilijke omstandigheden van het pleegkind roepen bij de eigen kinderen soms heftige emoties op."

Omgaan met emoties Pleegkinderen vinden het erg moeilijk hun emoties te delen, ook met hun pleegouders. De meeste eigen kinderen daarentegen kunnen hun emoties over de plaatsing goed delen. De eigen kinderen delen hun emoties over de plaatsing gemakkelijk met hun ouders, biologische broers en zussen, vrienden en soms met het pleegkind. Wel houden ze hun negatieve emoties in het begin vaak voor het pleegkind verborgen. Eigen kinderen verbergen minder emoties en beschikken bovendien over meer strategieën om in het reine te komen met hun emoties. Bijna alle pleegkinderen gebruiken strategieën om zichzelf te troosten, zoals lachen en leuke dingen doen, afleiding zoeken, foto’s van vroeger bekijken, zichzelf moed inspreken of aan andere dingen denken. Als deze strategieën niet helpen, trekken ze zich terug met hun verdriet of boosheid. Hoewel ook eigen kinderen emoties verbergen, gebruiken ze andere strategieën om verder te kunnen: ze plaatsten hun emoties bijvoorbeeld in het grotere geheel van de plaatsing of ze denken net zolang na over hun gevoelens en de situatie tot ze er weer mee verder kunnen. Omdat pleegkinderen zo veel emoties verborgen houden, verliezen ze soms de controle en komt hun verdriet of woede ongewild naar buiten. Eigen kinderen vertellen niet over ongecontroleerde huilbuien of woede-uitbarstingen, en als ze in sommige gevallen hun gevoelens proberen te verbergen, hebben hun ouders dit meestal snel door. Emoties die na de wenperiode nog spelen Pleegkinderen zijn hun boze gevoelens meer gaan uiten, zowel gecontroleerd als ongecontroleerd. Tegelijkertijd accepteren de eigen kinderen minder van hun pleegbroer of -zus, en uiten ze hun irritaties en boosheid meer tegenover het pleegkind. Ook de eigen kinderen ervaren nog steeds emoties ten opzichte van de plaatsing, bijvoorbeeld moeite met het gedrag van het pleegkind of medelijden met zijn of haar verdriet. Sommigen vinden de veranderingen in het gezin nog steeds lastig of zijn bang dat de plaatsing eindigt en ze afscheid moeten nemen.

"Geef eigen kinderen een stem"

Voor de eigen kinderen is de komst van een nieuw pleegkind ook een ingrijpende ervaring. Ze staan er in de regel positief tegenover en kunnen bij hun ouders terecht met hun vragen en twijfels. De eigen kinderen spelen een grote rol in het wenproces van de pleegkinderen en het ingroeien in het gezin. Vooral bij langdurige gedragsproblemen van pleegkinderen kunnen de belangen van de eigen kinderen en het pleegkind tegenover elkaar komen te staan. De pleegzorgwerkers zouden er goed aan doen meer aandacht te schenken aan het perspectief van de eigen kinderen. De eigen kinderen kunnen er schade van ondervinden als hun zorgen worden genegeerd en dit geldt ook als een plaatsing zonder meer wordt beëindigd, want dan kunnen de eigen kinderen denken dat het pleegkind weg moest om hun positie te verbeteren. Onduidelijk plaatsingsperspectief maakt terughoudend Het perspectief van de plaatsing blijkt van invloed op de motivatie van mensen om zich met elkaar te verbinden en energie in de relatie te stoppen. Zolang er nog geen duidelijkheid is dat een plaatsing langdurig is en tot de volwassenheid zal duren, roept dat bestaansonzekerheid bij het pleegkind op. Het is belangrijk dat kinderen worden geholpen om hiermee om te gaan. Ook uit de gesprekken met vooral de eigen kinderen blijkt dat deze onzekerheid bij hen een negatieve invloed heeft op de investering in de relatie. Eigen kinderen houden hierdoor afstand.