Creatief leren denken met pleegzoon Mees


Na een leven van onregelmatigheid en hard werken kregen Diana en Raymond meer rust in hun leven. Zo ontstond er ruimte om naast Jarne, hun eigen kind, pleegkind Mees in huis te nemen. Een creatieveling die overal nieuwe kansen ziet. Sinds een half jaar zorgt het stel ook maandelijks voor Isabel, het tweelingzusje van Mees.

Een kind vanaf de start grootbrengen Op een maandagochtend ga ik in gesprek met Raymond en Diana. Een nuchter en gezellig stel. Zodra ik Microsoft Teams aanklik zitten zij allebei goedgemutst achter hun laptop, klaar om hun verhaal te doen. De twee vullen elkaar goed aan. Diana begint te vertellen: “Nadat we minder zijn gaan werken, wilden we graag ons gezinnetje uitbreiden. Je kunt dan zelf weer aan kinderen beginnen of een kind het net zo goed geven als je eigen kind.” Raymond vult aan: “We hebben bewust voor voltijd pleegzorg gekozen, want we denken dat onze kracht op de lange termijn ligt. We willen een kind vanaf de start groot kunnen brengen.” Toen kwam de vraag of het stel ook gedeeltelijk voor Isabel wilde zorgen. Raymond vertelt: “Wij hebben altijd gezegd voor één pleegkind te willen zorgen, tenzij er een broertje of zusje is dat ook in de problemen komt. De moeder van Mees heeft op dit moment rust nodig om haar leven op de rit te krijgen.” Isabel is inmiddels twee keer bij Diana en Raymond geweest. “Het eerste weekend liep Mees als een adorerende broer achter haar aan.”

'Door een kind te laten opgroeien in jouw veilige en rustige leefomgeving, kun je echt het verschil maken.'

Verschillende jochies Eigen zoon Jarne en pleegkind Mees zijn hele verschillende types. Diana legt uit: “Mees is 6 en Jarne is 15. We hebben bewust voor dit leeftijdsverschil gekozen. De twee spelen samen, maar hun belevingswerelden liggen ver uit elkaar. Mees is een initiatiefnemer en belt gerust bij de buurjongen van 13 aan. Hij is degene die overal invliegt en nergens bang voor lijkt. Terwijl Jarne juist alles overdenkt en serieus is. Doordat de twee zo verschillend zijn, kunnen ze veel van elkaar leren.” Raymond: “Mees trekt zich aan Jarne op. Mees ontwikkelt zich snel en maakt vriendjes in de wijk, omdat hij die via Jarne kent.” Hechtingsproblemen Raymond en Diana konden het gedrag van Mees niet altijd verklaren. En leerden de hulp van pleegzorgbegeleider Maud inschakelen. Raymond legt uit: “Maud helpt ons Mees te begrijpen. In het begin ging Mees bijvoorbeeld midden in de nacht met zijn trein spelen. Soms liep ik wel zes keer de trap af naar hem toe. Maud legde uit dat dit gedrag past bij een kind dat zich niet kan hechten. Mees voelde zich onveilig. Haar advies: ga zonder iets te zeggen een uur naast hem zitten. Vervolgens valt hij in slaap, want hij voelt zich veilig omdat je bij hem bent. Het hielp, nu is het over en weet hij dat wij er ook ’s nachts zijn.” In dit huis... Diana: “Tijdens onze eerste training van Jarabee hebben we geleerd dat het slim is om duidelijkheid te scheppen met de zin ‘in dit huis...’ en vervolgens de huisregels hiermee aan te vullen. Zo proberen we Mees te leren: ‘In dit huis liegen we niet en doen we wat we beloven.’ Die zin hebben wij zo vaak uitgesproken”, vertelt Diana lachend. “Hiermee konden we uitleggen dat we niet boos op Mees waren, maar wel op het gedrag dat hij liet zien. We zeiden: ‘hoe stout je ook gaat doen, ik ga je niet wegsturen. Ik heb papa en mama beloofd om voor jou te zorgen en die belofte kom ik na.’” Het dagboek Raymond:“Wat ons ook heeft geholpen om Mees te leren begrijpen, was het bijhouden van een dagboek. Hierin beschreven we het humeur en de reacties van Mees. Aan de hand hiervan gingen we ’s avonds zijn gedrag evalueren. Dan waren we bijvoorbeeld bij mensen op visite geweest en zagen we daarna bepaald gedrag ontstaan. De eerste maanden heeft het herkennen van symptomen veel energie gekost. Je kunt een kind niet vanaf week 3 snappen, daar hebben we driekwart jaar voor nodig gehad. Tijdens onze eerste zomervakantie samen waren we ineens twee weken fulltime bij elkaar en raakten aan elkaar gewend. Mees begon zich thuis te voelen.”

Meer emoties dan boosheid en blijheid Diana vertelt op welke momenten zij Mees extra begeleid hebben. “In het begin herkende Mees maar twee emoties: boosheid of blijheid. Als hij bij zijn vader of moeder was geweest, werd hij snel boos. Terwijl hij eigenlijk heel verdrietig was. We zijn Mees gaan leren meerdere emoties te herkennen, te benoemen en te uiten. Door blijheid te benoemen met woorden als: blije kronkels of warm hartjes. De blije kronkels heeft hij op school geleerd en het warme hartje komt van onszelf.”

Knutselwerken Het mooie is: Raymond en Diana leren omgekeerd ook veel van Mees. Zo vertelt Diana: “Hij heeft vaak hele praktische en creatieve ideeën en ziet overal nieuwe kansen in. Hoeveel sjaaltjes er al wel niet omgedoopt zijn tot jurk. Die hij op allerlei manieren omknoopt. Mees knutselt ook graag.

Zijn kunstwerken hangen aan de trap in onze huiskamer. Afgelopen kerst mocht Mees de kinderboom versieren. Hij wilde zijn knutselwerken graag bewaren en vroeg zich hardop af: ‘als ik hier volgend jaar niet meer ben, mag ik mijn kunstwerken dan alsnog ophangen?’ Ik zei dat we alles bewaren in de knutseldoos. Afgelopen jaar haalde ik die doos weer tevoorschijn. Hij keek mij met grote kijkers verwonderd aan. ‘Heb je dat écht allemaal bewaard?’ Ja zei ik, dat heb ik toch beloofd? En... in dit huis doen we wat we beloven anders beloven we het niet.”

*De namen van de kinderen zijn fictief.